Op naar mijn vrijheid

vrijheid01 Toen ik een paar jaar geleden zelf te maken kreeg met de mogelijkheid om “het nieuwe werken” te beleven ging er een wereld voor me open. Een lastige wereld. Wat hield mijn nieuwe werken in: thuiswerken en loskomen van negen tot vijf ritme. Ik weet nog hoe blij ik was met de gedachte niet elke dag naar kantoor te hoeven en de ruimte te krijgen om te werken op momenten dat het mij uitkwam. Tenminste, dat waren de fantasieën die ik daarbij had. Heerlijk. Niets in me kon vooraf vermoeden dat deze vrijheid last op zou gaan leveren. Ik kan me nog herinneren dat ik voor de eerste maal besloot om eerder naar huis te gaan van werk dan 17u. Vol goede moed liep ik rond 14.30 uur de voordeur van het kantoor uit. Op naar mijn vrijheid. Op dat moment draaide er een raam open op de eerste verdieping en een dierbare collega riep me het volgende toe: “Zo Huub, gaan we lekker in het zonnetje liggen thuis”! Die opmerking kwam aardig binnen en mijn goede moed zakte direct in mijn schoenen en sloeg om in schuldgevoel. Kon ik het wel maken om het kantoor te verlaten. Het voelde een beetje alsof ik het recht had om vrijheid te voelen en mijn collega’s achter te laten in een kantoor met een hek er om. Stiekem was ik ook echt wel van plan om te genieten van de zon. Het was zo ie zo de eerste weken vrij lastig om de discipline op te brengen om me thuis 100% met werk bezig te houden. Ik kon allerlei andere dingen doen dan werken zonder dat iemand er iets van zei.  Resultaatgerichte afspraken. Daar ging het om. Hoe je het doet maakt niet uit, als je het maar doet. Toch? Nee dus. De vrijheid die ik kreeg was schijnvrijheid. Mail  en telefoon draaide vrolijk door en deden constant een appèl op me. ‘Direct reageren graag. We wachten op antwoord. Zonder jou antwoord kunnen wij niet verder’.  Ik was wel klaar voor het nieuwe werken maar mijn dierbare collega’s op kantoor niet.  Herkenbaar?